Griekse mythologie vanaf het begin
Voor de oude Grieken was de Griekse mythologie de basis van het geloven en denken. De mythologie heeft figuren voortgebracht, die tot op de dag van vandaag worden beschouwd als gedragsvoorbeelden. De mythe bestaat uit de daden van goden en halfgoden. Deze was destijds zo belangrijk voor de Grieken, dat u het kunt vergelijken met een religie.
Het eerste godenpaar bestond uit Gaea (aarde) en Uranus (hemel). Samen zetten hun zes mannelijke en zes vrouwelijke Titanen en Cyclopen op de wereld. De titaan Cronus en Titanida Rhea, kregen samen kinderen die de toekomstige wereldheersers zouden worden. Deze kinderen waren: Hestia, Demeter, Hera, Hades, Poseidon en Zeus.
Op de hoogste berg van Griekenland, Olympus, was de troon van Zeus te vinden. Naast zijn troon verbleven de twaalf Olympische goden er. Regelmatig daalde de goden af om mensen hulp te bieden, te straffen of kinderen te verwekken. De kinderen van een god en een mens werd een halfgod genoemd. Het beroemdste godenhuwelijk was tussen Zeus en Hera. Samen heerste zij over het Griekse Pantheon.
De Olympische goden leken veel op de mens. Zij hadden hun zwakheden, passies en gevoelens. Maar wie waren deze twaalf goden? Dat waren Zeus, Hera, Athena, Poseidon, Demeter, Apollo, Artemis, Hermes, Aphrodite, Ares, Hephaestus en Hestia. Van hen was Zeus oppermachtig.






















Opmerkingen