Zwart, wit en rood als primaire kleuren
Waren de grieken uit de tijd voor Homerus blind? Of, bestond de kleurperceptie pas na het verschijnen van de Ilias? Dat was wat onderzoekers in de 19e eeuw dachten. In de oude Griekse literatuur is er namelijk opvallend weinig kleur te bekennen.
Men beschreef de lucht ijzer- of koper kleur. De zee was zwart, wit, grijs, purper of wijnkleurig. Er werd nooit gebruik gemaakt van blauw. Misschien vonden de Griekse schrijvers kleuren eenmaal niet belangrijk. Dit wilt niet zeggen dat zij niet in kleuren geïnteresseerd zouden zijn. Ze zouden hun beelden en tempels juist in felle kleuren volgens de Duitse archeoloog Vinzenz Brinkmann.
Het ontbreken van kleurbeschrijvingen is te verklaren omdat Grieken kleur niet als naam voor een kleur gebruikte. Wat wij als kleurbenaming gebruiken, had voor hen een heel andere betekenis. Chloros is te vertalen als groen, maar het betekende voor men ook vochtig en fris.
De Griekse samenleving had drie primaire kleuren. Namelijk de kleuren zwart, wit en rood. Ze gingen uit van een letterlijke tegenstelling van zwart en wit. Het stond voor licht en donker. Rood stond voor bloed, de kleuren die ons dichtst bij staan. Ze hadden mengkleuren die vanuit rood verliepen naar geel en groen. Hippocrates introduceerde later de vier kleurentheorie. Hij voegde geel toe aan de primaire kleuren.






















Opmerkingen